
Jurisprudentie
BC1315
Datum uitspraak2008-01-04
Datum gepubliceerd2008-01-07
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/18 WAO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2008-01-07
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers06/18 WAO
Statusgepubliceerd
Indicatie
Rechtbank heeft beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Uitspraak
06/18 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 november 2005, 05/2972 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2007. Appellant is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door J. de Graaf.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 4 januari 2005 heeft het Uwv geweigerd om aan appellant een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen.
Bij besluit van 30 juni 2005 heeft het Uwv het door appellant tegen het besluit van
4 januari 2005 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen genoemd besluit op bezwaar ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat
- kort samengevat - de gronden van het beroep van appellant te laat zijn ingediend en dat dit niet verschoonbaar is.
Appellant heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de rechtbank zijn beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe heeft appellant aangevoerd dat het feit dat de gronden van zijn beroep te laat zijn ingediend is toe te schrijven aan nalatigheid van zijn toenmalige advocaat.
Het hoger beroep van appellant slaagt niet. Naar het oordeel van de Raad vallen nalatigheden van procesgemachtigden in de risicosfeer van degenen voor wie de betreffende gemachtigden in rechte optreden.
De Raad ziet daarom geen grond voor het oordeel dat de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv van 30 juni 2005 ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op
4 januari 2008.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) N.E. Nijdam.
JL

